Johann Hermann Schein (1586-1630)

De Duitse componist Johann Hermann Schein werd op 20 januari 1586 geboren in het kleine stadje Grünhain, gelegen in het hertogdom Saksen. Hij groeide op in een gezin met een sterke focus op onderwijs en religie. Zijn vader, Hieronymus Schein, was zowel leraar als dominee, een positie die aanzien genoot in die tijd. Helaas verloor Johann Hermann zijn vader al op jonge leeftijd; Hieronymus overleed in 1593 op 60-jarige leeftijd, toen Johann Hermann pas 7 jaar oud was. Na dit tragische verlies verhuisde het gezin naar Dresden, waar nieuwe kansen zich voordeden.

In Dresden vond Johann Hermann aansluiting bij het koor van de keurvorst van Saksen. Dankzij zijn sopraanstem werd hij al snel een prominent lid van het ensemble. Tijdens zijn tijd in het koor kreeg hij een gedegen muzikale opleiding onder de vleugels van de kapelmeester van het hof, wat een stevige basis legde voor zijn latere carrière. Hier ontwikkelde hij niet alleen zijn zangkwaliteiten maar ook zijn begrip van compositie en muziektheorie.

In 1603 begon Schein zijn formele academische opleiding aan de universiteit van Leipzig. Hoewel hij zich aanvankelijk inschreef voor een algemene studie, maakte hij al snel de overstap naar de prestigieuze Schulpforta, een bekende school met een sterke nadruk op muziek en de menswetenschappen. Hier voltooide hij in 1607 zijn opleiding en onderscheidde hij zich met zijn talenten.

Na zijn afstuderen keerde hij terug naar Leipzig om rechten te studeren aan de universiteit, een gebruikelijke keuze voor jonge mannen van goede afkomst. Toch bleek muziek zijn ware roeping te zijn. Gedurende zijn vier jaar rechtenstudie bleef hij zich intensief bezighouden met muziek, zowel als uitvoerend musicus als componist.

In 1615 kwam een belangrijke stap in zijn carrière: Schein werd benoemd tot kapelmeester in Weimar. Deze positie gaf hem de verantwoordelijkheid voor de muzikale organisatie van het hof en stelde hem in staat zijn artistieke visie verder te ontwikkelen. Zijn tijd in Weimar markeerde het begin van een bloeiende loopbaan als componist en dirigent, waarin hij zijn talenten verder zou aanscherpen en zijn naam vestigde in de Duitse muziekwereld van de vroege 17e eeuw.

Johann Hermann Schein
Johann Hermann Schein in een portret uit 1620.

SCHEIN IN HET KORT

20 januari 1586 – wordt geboren in Grünhain

ca. 1593 –  wordt sopraan in het koor van de keurvorst van Dresden

1603-1607 – studeert aan de universiteit van Leipzig

1615 –  wordt Kapellmeister in Weimar

1617 – trouwt met Sidonia Hoesel

voor 1627 –  trouwt met Elizabeth Von Der Perre

1616 –  wordt Thomaskantor in Leipzig

19 november 1630 – overlijdt in Leipzig

Thomaskantor in Leipzig en componist

In 1616 kreeg hij de zeer gegeerde post van Thomaskantor in Leipzig met de opdracht om de koren van 2 kerken te dirigeren en onderricht in Latijn en muziek te geven. 

Intussen groeide ook Schein’s reputatie als componist van zowel de sacrale muziek die hij voor de Thomaskirche schreef, als van profane muziek. Door zijn sterke interesse in de muzikale innovaties van de Italiaanse barok, werd hij, samen met Praetorius en Schütz, één van de eerste componisten om deze nieuwe stijl te introduceren in Duitsland. 

Voor 1617 trouwde hij met Sidonia Hoesel. Met haar kreeg hij 6 kinderen vooraleer ze in 1624 overleed. Ten laatste in 1627 was hij hertrouwd met Elizabeth Von Der Perre, die hem nog 4 kinderen schonk, waarvan de laatste postuum. De meeste van zijn kinderen overleden voor ze hun eerste verjaardag zouden vieren en slechts enkele schijnen hun kinderjaren overleefd te hebben.

Johann Hermann Schein zelf overleed op 19 november 1630 in Leipzig op 46-jarige leeftijd.

Muzikale nalatenschap

Tijdens zijn korte leven was Schein een uitermate productief componist. Hij bracht verschillende volumes uit met daarin honderden liederen. In tegenstelling tot Schütz, met wie hij goed bevriend was, componeerde Schein niet alleen (zo goed als) uitsluitend sacrale muziek, en is zowat de helft van zijn publicaties gewijd aan profane muziek. De overgrote meerderheid van zijn publicaties beslaat vocale muziek. Er is slechts één volume met instrumentale muziek van zijn hand gekend. Doorheen al zijn composities weerklinkt de barokstijl, een voorbeeld dat door latere generaties componisten gevolgd zou worden.